Posts by Author

Teaching and learning from home – what we have learned from pre-COVID-19 times  0

 

The last two decades have been characterized by extensive growth in the use of technology in education, such as the application of virtual learning environments, simulation software, games and gamification, virtual experiments, visualization of complex models as well as tools that enable students and teachers to communicate and collaborate through email, electronic forums, and instant-messaging systems. Due to the measures to prevent the spread of COVID-19 schools around the world radically changed to teaching and learning at a distance. What can we learn from 20 years of research on technology-enhanced teaching? Are we exploring new practices or just consolidating our insights into teaching and learning? I present ten implications for distance teaching from home, based on a large body of knowledge on technology-enhanced teaching from pre-COVID-19 times.

 

 

Explore new territories instead of consolidating land

Despite extensive growth in the use of technology in education, innovations in teaching with technology have entered the school sporadically: many teachers use the technology to do what they always have done and choose those activities that will help them accommodate their own perspectives on teaching and learning.

  • Transform distance teaching by exploring new pedagogies instead of transferring pedagogies from pre-COVID-19 times.

 

Focus on the learner, not on teaching

Students differ in their learning needs, preferences and motivation. Yet schools should provide a place for all students no matter their social, cultural, economic, language, and ability background. It is important to understand students’ needs for autonomy and support to align teaching with what students need.

  • Mentor student learning, instead of transferring knowledge online.

 

Share control of learning activities with students

In online learning, with too much learner control, many students feel lost and do not know how to regulate their own learning path; with too much teacher control, many students are not motivated to their do work. Shared control means that students have the autonomy to decide their pace, sequencing, time allotment, practicing and reviewing within a larger framework set by the teacher.

  • The more intrinsically motivated students are, the more learner control can be established.

 

Teach students how to learn

Self-regulation appears to be a crucial aspect in online learning, but many students have difficulties with regulating their own learning activities. The development of self-regulation has not commonly been addressed. And if so, teachers are focused on how to prepare learning activities (planning and making choices) and less on self-regulation during and after learning.

  • Teach and provide feedback on how students can monitor, review and redirect their own learning processes.

 

Insert reflection

Adaptive software has been regularly used to support students in practicing with, for example, language and math skills. Yet learning does not happen so much through the extensive practice, but because students compare and refine information, and surface, criticize, restructure and test intuitive understanding. Students give ‘meaning’ to what they learn. In other words:

  • Encourage students’ reflection on what they have done and achieved.

 

Strengthen active learning

Students should actively construct knowledge by integrating new information and experiences into what they have previously come to understand, revising and reinterpreting old knowledge in order to reconcile it with the new.

  • Acknowledge distance teaching as means of knowledge construction and discovery, rather than as means of passive acceptance of knowledge transfer.

 

Situate learning in real-life world of students

Learning occurs only when students process new information in a meaningful way that makes sense within their own frames of reference. Interested students challenge their existing knowledge and are more likely to develop conceptual frameworks that integrate prior knowledge and new information into understanding. In distance education from home, the link with the real-life world is even more apparent.

  • Connect to students and situate learning in their real-life world

 

Encourage social interaction

Constructing meaning comes from interacting with others – teachers, peers, friend, parents, family and casual acquaintances- to explain, defend, discuss, and assess ideas and challenge, question, and comprehend the ideas of others. Social interaction is a critical component of situated learning –students become involved in a learning community that embodies certain beliefs and behaviors to be acquired.

  • Encourage social interaction to construct meaning and bind students to a learning community

 

Constructively align teaching, assessment, materials and tools

Teaching, learning activities, assessments, materials and tools should be constructively aligned to reach the learning goals that are set. The more these are aligned, the more students target their learning activities to reach the learning goals.

  • Teaching, materials and tools should be aligned to support targeted learning activities of students.

 

Share with colleagues

Many evaluations of technology-enhanced teaching in school show that the more interventions are school-wide approaches, the more shared by teachers and the more effective these are. Students are similarly approached by all teachers and in all school subjects, which strengthens learning effects. Additionally, more effort will be put into the educational design of teaching approaches and practices.

  • Share your practices with colleagues and the more effective yours will be!

 

Digitalisering hoger onderwijs verkleint toegankelijkheid  0

Aanleiding

Het notaoverleg van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de Strategische Agenda Hoger Onderwijs heeft veel stof doen opwaaien in de sociale media. Zo is er een voorstel van VVD-kamerlid Dennis Wiersma voor digitalisering van colleges. Zo veel mogelijk colleges zouden voor iedereen gratis online beschikbaar moeten komen. Aankomende studenten zouden dan kunnen beoordelen of een bepaalde studie voor hen geschikt is, digitaal onderwijs zou makkelijk kunnen worden gecombineerd met een baan of zorgtaken en mensen hebben zo altijd toegang tot kennis en kunnen bijblijven in hun vak. Vervolgens heeft vooral de opmerking dat het hoger onderwijs dan ook wel wat goedkoper kan, veel reacties opgeroepen. De Minister lijkt overigens niet erg enthousiast te zijn over dit plan, mede omdat zij inschat dat het juist meer geld kost.

 

Problemen bij online onderwijs

Maar waar de discussie eigenlijk over moet gaan is of digitalisering van hoger onderwijs daadwerkelijk de toegankelijkheid tot kennis verbetert. Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen onderwijs(aanbod) en leren. Uit de inmiddels omvangrijke kennisbasis over open online hoger onderwijs weten we dat studenten erg verschillen in de reden waarom zij het onderwijs volgen en deze redenen veranderen ook nog eens gedurende een cursus. Ook verschillen zij in hun voorkennis over het onderwerp, hebben zij verschillende voorkeuren om zich kennis en vaardigheden eigen te maken, en denken dat zij verschillend over wat een student en een docent zou moeten doen in onderwijs. En al deze verschillen zijn niet bekend als het open online onderwijs wordt gemaakt en uitgevoerd.

 

 

Zoveel mogelijk aanbod

De oplossing voor al deze verschillen tussen studenten in open online onderwijs is zoveel mogelijk aanbod klaar zetten waaruit iedere student dan een keuze kan maken. Maar onderzoek heeft al aangetoond dat:

  • veel studenten in open online hoger onderwijs deze benodigde zelfregulatievaardigheden om goed hun weg in het aanbod te vinden onvoldoende bezitten;
  • het geboden onderwijs vooral gericht is op kennisoverdracht door de docent, iets waarvan we al veel langer weten dit niet effectief is, en
  • studenten weinig actief bezig zijn met de inhoud van het onderwijs, iets waarvan we al langer weten dat het juist wel werkt.

 

Dus…

Dit leidt ertoe dat in open online hoger onderwijs goede studenten het meeste leren en de minder goede studenten afhaken of uitvallen. De digitalisering van onderwijs vergroot weliswaar de toegankelijkheid van alles wat er is, maar verkleint de toegankelijkheid van het daadwerkelijk verkrijgen van meer kennis en vaardigheden. Een verschil tussen onderwijs(aanbod) en leren.

 

Literatuur

Hendriks, R. A., de Jong, P. G. M., Admiraal, W. F., Reinders, M. E. J. (2019). Teaching modes and social-epistemological dimensions in Medical Massive Open Online Courses: Lessons for integration in campus education. Medical Teacher, 41(8), 917-926.
Hendriks, R. A, Jong, P. G. M., Admiraal, W. F., & Reinders, M. E. J. (2020). Instructional design quality in medical Massive Open Online Courses for integration into campus education. Medical Teacher, 42(2), 156-163.
Jansen, R. (2019). Dealing with autonomy. Self-regulated learning in open online education. Dissertatie. Universiteit Utrecht.
Pilli, O., Admiraal, W., & Salli, A. (2018). MOOCs: Innovation or stagnation? Turkish Online Journal of Distance Education, 19(3), 169-181.

Op naar 40 jaar inspirerend voor de klas  0

Het lerarentekort in het primair en voortgezet onderwijs is dagelijks in het nieuws. Scholen sturen vertwijfeld klassen naar huis, onderwijstijd wordt ingekort en beleidsmakers zijn ten einde raad. Lerarenopleidingen worden aangespoord meer beginnende leraren af te leveren, maar mede door het imago van docentschap lukt dat maar mondjesmaat. Je hoort maar weinig over het behoud van leraren voor het beroep, en dan met name van de oudere leraar.

 

Oudere leraren
In de discussies worden oudere leraren steevast weggezet als een groep verzuurde leraren die niets meer willen en geen click meer hebben met hun leerlingen. Uit onder meer de dissertatie van Veldman (2017) naar arbeidstevredenheid van oudere leraren blijkt dat dit maar een klein deel van de waarheid is. Het directe contact met leerlingen is voor de ene leraar wel een bron van tevredenheid met het beroep, maar voor de andere leraar een reden om het aantal uren lesgeven te verminderen, een andere functie in school te ambiëren of het onderwijsberoep zelfs te verlaten.

 

Vier typen
Op basis van gegevens over hun relatie met leerlingen en arbeidstevredenheid in het algemeen onderscheidt Veldman vier typen oudere leraren (met tussen haakjes het aandeel in de gehele steekproef):
1. Positieve overschatters (43%)
2. Positieve onderschatters (36%)
3. Negatieve onderschatters (9%)
4. Negatieve realisten (12%)

 

Positieve overschatters
Positieve overschatters hebben geen reëel beeld van de kwaliteit van de relatie met hun leerlingen. Zij overschatten deze, en dan met name het creëren van een veilig en positief leerklimaat voor leerlingen. Wel zijn zij mede daardoor tevreden met hun werk, met name over de aard van het werk en de ondersteuning door het management. Zij prenten zichzelf in een goede relatie met leerlingen te hebben.

 

Positieve onderschatters

Ook positieve onderschatters hebben geen reëel beeld van de kwaliteit van de relatie met hun leerlingen. Zij onderschatten de kwaliteit van hun relatie met leerlingen, maar leerlingen waarderen de relatie wel positiever dan bij de Positieve overschatters. Dat geldt met name voor het creëren van een veilig en positief leerklimaat voor leerlingen. Mede daardoor zijn de positieve onderschatters tevreden met hun werk, met name over de aard van hun werk en de relatie met collega’s in school. Zij wapenen zich tegen mogelijk negatieve beelden van hun leerlingen.

 

Negatieve onderschatters
En ook de negatieve onderschatters hebben geen reëel beeld van de kwaliteit van de relatie met hun leerlingen. Zij onderschatten hun relatie met leerlingen, die hen vergelijkbaar waarderen als de Positieve overschatters. Verder zijn zij ontevreden over hun werk en dan met name over de aard van het werk en de werkomstandigheden. Zij leggen de schuld van hun ontevredenheid vooral bij externe factoren in school en bij de overheid.

 

Negatieve realisten
De negatieve realisten, ten slotte, vormen de enige groep leraren met een reëel beeld van de kwaliteit van de relatie met hun leerlingen. Zowel de leraren als hun leerlingen waarderen de relatie laag, terwijl de leraren ook weinig ambities hebben op het vlak van de relatie met leerlingen. Verder zijn deze leraren ontevreden over hun werk en dan met name over de aard van hun werk. Over andere zaken, zoals relatie met collega’s, werkomstandigheden en ondersteuning door het management, zijn zij tevreden. Zij hechten meer waarde aan andere aspecten van het beroep van docent dan het direct onderwijzen van leerlingen.

 

Dus…
Ongeveer 10% van de oudere leraren uit de typologie lijkt op het stereotype beeld dat wordt geschetst. Maar voor de overige 90% van de oudere leraren lijken er voldoende mogelijkheden om hen voor het beroep van leraar te behouden. Oudere leraren kunnen worden begeleid in het helder krijgen wat hen nog drijft als leraar (negatief realisten), in het formuleren van meer realistische ambities waardoor zij meer werkvreugde halen uit hun relatie met leerlingen (negatieve onderschatters) of beter gebruik maken van de kwaliteit van de relatie (positieve overschatters), en in het verkrijgen van meer zelfvertrouwen in de relatie met hun leerlingen (positieve onderschatters).

Meer ondersteuning en facilitering van oudere leraren kunnen oudere leraren helpen om de interactie met hun leerlingen te herwaarderen, een weloverwogen keuze te maken om vanuit een positieve motivatie iets anders te gaan doen dan lesgeven en (opnieuw) te motiveren voor het beroep van docent. In beleidsmaatregelen rond het reduceren van het lerarentekort zou hiervoor veel meer aandacht moeten komen.

 

Literatuur
Admiraal, W., Veldman, I., Mainhard, T., & Tartwijk, J van. (2019). A typology of veteran teachers’ job satisfaction: Their relationships with their students and the nature of their work. Social Psychology of Education, 22(2), 337-355.

Veldman, I. (2017). Stay or leave? Veteran teachers’ relationship with students and job satisfaction. Academisch proefschrift Universiteit Leiden.

Onderwijs met ict moet anders. Het roer moet om!  1

Docenten geven les met tablets en smartphones zoals zij altijd al deden. Afgelopen weekend bezocht ik de jaarlijkse IADIS mobile learning conference in Lissabon (http://mlearning-conf.org/). Een kleine onderzoeksconferentie met als focus mobiele technologie die het leren en onderwijzen ondersteunt. Veel presentaties zoals ruim 10 jaar geleden: mooie ict-projecten, opgezet door onderzoekers en ontwerpers, die vooral buiten het reguliere curriculum plaatsvinden. Veel betere techniek dan 10 jaar geleden, dat wel. Draadloos internet, tablets en smartphones zijn niet meer weg te denken uit de maatschappij, de school en het klasklokaal. Maar allemaal niet als onderdeel van de reguliere lespraktijk van docenten.

Doorbraak

Dat hoopte we met het onderzoek in het kader vaan Doorbraak ICT en onderwijs te doorbreken (https://leerling2020.nl/landelijk-onderzoek). In dit project hebben docenten uit het primair en voortgezet onderwijs experimentjes uitgevoerd in hun eigen lespraktijk om met ict gepersonaliseerd leren van leerlingen te faciliteren. Resultaten van dit onderzoek heb ik op de IADIS gepresenteerd. Maar wat wil het geval: overall gezien zien we van de interventies weinig of geen effecten op de prestaties, de motivatie en zelfregulering van leerlingen in het voortgezet onderwijs. Kort door de bocht:

  1. docenten passen hun experimentjes aan het rooster, curriculum en structuur waarin zij (behoren te) functioneren en doen dus wat ze altijd al deden, maar nu met mobiele technologie en
  2. het mobiele karakter van de ingezette smartphones, tablets en laptops wordt niet benut. Geen omgevingsonderwijs; leerlingen blijven in de klas en op school, op hun vaste plek. Het boek en de reader zijn vervangen door een tablet en de digitale leeromgeving.

 

Docentprofessionalisering?

Om dit te veranderen wordt vaak geroepen dat we meer moeten investeren in de professionele ontwikkeling van docenten. Eerlijk gezegd is dat ook een belangrijke suggestie die wij in het onderzoeksrapport hebben opgenomen. Maar het is de vraag of dit gaat helpen. En valt de docent wel wat te verwijten? Docenten passen hun projecten aan aan de reguliere methode en systematiek omdat zij hierop worden aangesproken. Er moet voldoende contacttijd zijn en alle geplande leerstof moet worden behandeld. Bovendien hebben docenten beperkt tijd hebben om andere dingen te doen dan lesgeven; niet-lestijd gaat op aan voor- en nawerk, administratieve klussen en overleggen met je collega’s.

 

Het roer moet om

Willen we een doorbraak bereiken in onderwijs moet het systeem om: meer ruimte (tijd, veiligheid en kunde) om onderwijs te vernieuwen, met ict of op andere manieren. Het roer moet om. Als wij kunnen aantonen in meer dan 40 interventies met meer dan 6000 leerlingen uit ruim 30 scholen voor voortgezet onderwijs dat het overall weinig uitmaakte of en hoe docenten gepersonaliseerd leren met ict in hun onderwijs inzetten, is het tijd voor actie! En dat is niet het afschuiven op de kwaliteit van docenten. Goed gebruik van de ict die nu beschikbaar is en moderne ideeën over hoe je leerprocessen van alle leerlingen kunt ondersteunen vereisen een grotere ingreep in het systeem:

  • Weg met onderwijs in kleine schoolvakken, maar onderwijs in grotere vakdomeinen en multidisciplinaire thema’s
  • Weg met individueel lesgeven, maar team teaching om ook ruimte te geven voor experimenten en leren van elkaar
  • Weg met het roosteren van al het onderwijs in contacturen, maar ruimte voor projectonderwijs, in en buiten de school, in de maatschappij en bedrijven

 

Geef docenten en leerlingen meer ruimte om onderwijs in te richten zoals zij dat willen.

Denk na over onderzoek in de universitaire lerarenopleiding!  0

De universitaire lerarenopleidingen (ulo’s) liggen onder vuur. Dat is niet voor het eerst. De oorzaak voor dit terugkerende verschijnsel is dat het opleiden van docenten – net zoals onderwijs in het algemeen- simpel lijkt, maar het niet is. De meest recente discussie over kwaliteit van de ulo’s lijkt zich toe te spitsen op het onderzoek in de opleiding. Nu de postgraduate opleiding niet doorgaat – waarin geen onderzoek als eindwerk was opgenomen- staat het onderzoek in de masteropleiding weer onder druk. Het zou geen masterniveau hebben of kunnen hebben, is het verhaal. Nu is er zoals geschreven altijd discussie, maar het wordt menens wanneer beleidsmakers zich ermee bemoeien, en helemaal wanneer de politiek dat doet.

Waarom leren doen van onderzoek?

Deze gedachten worden gevoed door opvattingen wat onderzoek in een universitaire opleiding zou moeten zijn. Hierbij wordt het onderzoek vergeleken met de masterthese in een vakmaster, Onderwijsstudies of Pedagogiek. Maar deze masters zijn gericht op studenten die zich ontwikkelen tot wetenschappelijk onderzoeker in een bepaald domein. De ulo is een academische beroepsopleiding die studenten opleidt tot docenten die in staat zijn hun onderwijs te onderzoeken en op basis daarvan te verbeteren. Ofwel het primaire doel van het onderzoek in de ulo is niet het genereren van kennis, maar het verbeteren van de onderwijspraktijk.

Drie soorten kennis nodig

Wellicht kan het onderscheid van Cochran-Smith en Lytle (1999) in drie soorten kennis hierbij van dienst zijn. Het verwerven van deze drie soorten kennis speelt een cruciale rol in het leren van het beroep van docent:
Knowledge for practice – alle kennis en inzichten over schoolvakinhoud, leren en instructie, pedagogiek, etc. die is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en theorievorming.
Knowledge in practice – alle kennis en inzichten over dezelfde onderwerpen, maar nu gebaseerd op praktijkervaringen en (kritische) reflecties op die praktijk.
Knowledge of practice – alle kennis en inzichten die zijn opgedaan door onderzoek naar de eigen onderwijspraktijk en die van collega’s, met als doel meer te weten te komen van een bepaalde praktijk, waarbij kennis uit wetenschappelijk onderzoek wordt toegepast en als spin-off ook wordt vermeerderd.

Knowledge for practice leren studenten in de cursusonderdelen die worden verzorgd in het opleidingsinstituut, knowledge in practice tijdens de begeleide praktijkervaringen in school en knowledge of practice in het onderzoek dat de studenten tijdens de opleiding doen. Hiermee vormt het onderzoek in de lerarenopleiding ook een natuurlijke brug tussen de inzichten die worden opgedaan op het opleidingsinstituut en de ervaringen in de schoolpraktijk als docent.

Hoe ziet dat onderzoek eruit?

Dat betekent dat het onderzoek van studenten in de lerarenopleiding is ingekaderd door inzichten die zijn verkregen door wetenschappelijk onderzoek en eerdere theorievorming, maar ingegeven door vragen die zij zelf hebben over hun onderwijspraktijk. Tevens moet het onderzoek zodanig zijn opgezet dat het informatie oplevert die studenten helpt bij hun onderwijspraktijk. Effectstudies met (quasi-)experimentele onderzoeksdesigns of grootschalig surveyonderzoek mogen in veel wetenschappelijk onderwijsonderzoek usance zijn, voor een docent-in-opleiding levert dergelijk onderzoek dikwijls weinig aanwijzingen op om de onderwijspraktijk te verbeteren. Probleemanalyse, actie-onderzoek of ontwerponderzoek leveren vaak wel de benodigde informatie op en doen niets af aan het masterniveau van het onderzoek. Integendeel, het lijkt simpel, maar dat is het niet.

Dus

Stop met onzinnige vergelijkingen en ga aan de slag met de specifieke eisen die het opleiden van docenten stelt.

Erken leren in school ook in Lerarenregister!  5

Op 21 februari 2017 stemt de Eerste Kamer over het veelbesproken Lerarenregister. Het is bedoeld om de kwaliteit van het onderwijs te garanderen. Dat kan onder andere door van leraren te vragen hun bekwaamheid op orde te houden. Prima. Alleen: leraren worden in een mal gedrongen; een bredere aanpak kan veel meer voordelen opleveren.

 

Hoe zit het in elkaar?

In dit beroepsregister moeten leraren elke vier jaar aantonen dat zij hun bekwaamheid hebben onderhouden. Leraren mogen in hun register alleen professionaliseringsactiviteiten opnemen die worden verzorgd door geaccrediteerde instellingen. En daar wringt de schoen: dit zijn cursussen, workshops en opleidingen die buiten de school(muren) worden aangeboden. Ze zijn losgeknipt van de school zelf, de plek waar leraren functioneren. Professionalisering die door de school zelf wordt verzorgd, telt niet mee voor het register.

Dat is, zacht uitgedrukt, vreemd. Want uit de wetenschappelijke literatuur komt helder naar voren dat ‘leren op de werkplek’ niet alleen motiverend is voor leraren, maar zeker op lange termijn ook het meest effectief. Collegiale consultatie en observatie, peer coaching, leesgroepen, vakontwikkelgroepen, docentontwerpteams, professionele leergemeenschappen, kenniswerkplaatsen, en onderzoeksateliers: voorbeelden die van de werkplek (de school zelf dus) een echte leeromgeving voor leraren maken. Het geleerde wordt zo gemakkelijker toegepast in het werk en omgekeerd krijgt het werk van leraren een plek in hun leren en ontwikkelen. Een principe dat in het bedrijfsleven gemeengoed is; efficiënt en effectief, samenwerkingsgericht en gericht op kennisdelen. Scholen passen dit dan ook al toe. Ze investeren zo niet alleen in het professionaliseren van hun medewerkers, ze zorgen er tegelijkertijd voor dat de school zélf een duurzame professionele omgeving wordt. Het inhuren van extern, dus duur aanbod van buiten de school is minder effectief.

 

Voorbeelden

Drie concrete voorbeelden van scholen waarmee het ICLON samenwerkt. Van activiteiten die in het nieuwe Lerarenregister niet meer zouden meetellen. Zo heeft een school een aparte ‘academie’ ingericht waar workshops worden verzorgd door zowel leraren uit de school zélf als door buitenstaanders. Leesgroepen, boekenclubs en onderzoeksteams presenteren er hun bevindingen. Leraren die elders een workshop volgden, geven die kennis door, maar dan gekoppeld aan de specifieke eisen en wensen van de school. Voor het Lerarenregister telt dit niet.
Een andere school werkt met peer review door leraren: zij observeren elkaar tijdens het lesgeven, komen met opmerkingen en kritiek volgens een bepaald format en stellen hun onderwijs(methoden) op basis hiervan bij. Deelname aan zo’n peer review wordt door de school verplicht gesteld en is onderdeel van de beoordeling aan het eind van het jaar. Telt niet mee in het Lerarenregister.

In een derde school wordt in vaksecties gewerkt aan het ontwikkelen van het schoolvak, het ontwikkelen van materiaal en in onderzoek naar de werkzaamheid en toepasbaarheid van dat onderwijsmateriaal. Leren leraren een hoop van, wordt het onderwijs beter van, want direct toepasbaar in de eigen werkzaamheden. Maar telt niet mee.

 

Dus

Deze voorbeelden worden in meer scholen uitgevoerd. En er zijn meer voorbeelden te noemen. Ze dienen allemaal hetzelfde doel: maak het onderwijs en dus de school beter. Zeker als – en dat is een voorwaarde –activiteiten meerdere jaren meegaan. Het Lerarenregister en – daar ging het toch om? – de kwaliteit van de lessen gaat erop vooruit als dergelijke activiteiten in stand blijven. Een professionaliseringsbeleid dat medewerkers stimuleert, uitdaagt en laat leren met collega’s hoort dan ook binnen het register.

Killing two birds with one stone: Audit trail to secure research transparency and accountability  0

 

Until recently, academic integrity within Dutch educational research was largely a matter of individual and collective responsibility, rather than applying specific compliance measures. University researchers are expected to conduct themselves in an ethical manner with respect to the ways in which they design, carry out and report academic research. However, procedures and requirements with respect to ethical conduct and academic integrity practices of research projects are changing. Research financers and scientific journals require more strict procedures, incidents with research integrity, safety and privacy call for more transparency and accountability, and recent developments in the domain of open resources trigger questions about accessibility and re-use of data.

 

Much of the literature is framed in terms of misconduct or academic corruption with research ethics and tends to focus on the negative framing of academic integrity as “corrupt” or “bad” practice. Fabrication and falsification of results together with plagiarism and ethical abuses practiced by academic researchers are frequently highlighted. Yet ICLON Leiden University Graduate School of Teaching designed a procedure that builds on trusting academic researchers to conduct themselves in an ethical manner with respect to the ways in which they design, carry out and report academic research.

 

A distinctive character of the ICLON research program is its double focus of developing educational theory and practice, which means that the research projects of the program aim at simultaneously contributing to the improvement of educational practice and generating knowledge about this practice. Because of this double focus, many research projects of the research program are highly-contextualized and are characterized by complex research processes which ask for many interpretations of the researchers and lack standardized procedures of analysis.Kill 2 birds 3

 

Akkerman and colleagues designed and evaluated a so-called audit procedure to ascertain if this kind of studies meets the criterion of trustworthiness. This procedure is about the visibility, comprehensibility, and acceptability of the research process. A decision in the research process must be made explicit and communicated to be judged at all and substantiated to be judged by its logic and content.

The data management procedure of ICLON builds on this audit procedure and includes an audit trail, which allows an auditor to track, understand and assess the research process from the final conclusions as reported in a paper back to the data. This data management procedure is considered a practical and useful way to secure both transparency of the research process and accountability of its researchers. It can also be understood as a way to support researchers to improve the quality of the research process and to raise their awareness of the importance of academic integrity.

Academic research by teachers – a huge research capital!  9

Like practitioners as clergy, lawyers or clinical psychologists, teachers are tightly linked to a practice which is mostly examined by outside researchers. Teachers have years of experience with working with different instructional methods, tools and formats. They are all experts in their school subject knowing which learning strategies their students apply and which misconceptions they have. And teachers have an accurate idea of the context in which they teach. With other words, teachers have developed practical wisdom about their practice, which is invaluable for research on this practice. And –last but not least- they have easy access to information about teaching and learning which is mostly unreachable for external researchers. Yet, academic research about teaching and learning is mostly done by the outside educational researchers, who do not possess these advantages. There might be two reasons why this is common practice. Firstly, educational research requires particular competencies that researchers have acquired and are absent in teachers. Secondly, outside researchers examine an extensive set of practices, which allows them to generate conclusions about these teaching practices. But aren’t these actually myths? And shouldn’t we think better of how academic research can take advantage of teachers’ experience with and access to their practice? And wouldn’t that be via research by teachers themselves?

Read more

Op weg naar een professionele leercultuur in school  2

Al tijden wordt in de nationale en internationale literatuur geschreven over de voordelen van een professionele leercultuur in scholen voor voortgezet onderwijs. Voordelen worden gezien voor de motivatie en tevredenheid van docenten in die school, maar ook voor hun kennis en kunde, de kwaliteit van hun onderwijs en daarmee de prestaties van leerlingen. In een sterke professionele leercultuur in een school wordt kennis en onderzoek geborgd en behouden en krijgen docenten professionele ruimte. Dit helpt om docenten vast te houden in het onderwijs. Toch slagen scholen er nog onvoldoende in om een dergelijke professionele leercultuur voor elkaar te krijgen. Read more