Post by Category : Teacher education

Op naar 40 jaar inspirerend voor de klas  0

Het lerarentekort in het primair en voortgezet onderwijs is dagelijks in het nieuws. Scholen sturen vertwijfeld klassen naar huis, onderwijstijd wordt ingekort en beleidsmakers zijn ten einde raad. Lerarenopleidingen worden aangespoord meer beginnende leraren af te leveren, maar mede door het imago van docentschap lukt dat maar mondjesmaat. Je hoort maar weinig over het behoud van leraren voor het beroep, en dan met name van de oudere leraar.

 

Oudere leraren
In de discussies worden oudere leraren steevast weggezet als een groep verzuurde leraren die niets meer willen en geen click meer hebben met hun leerlingen. Uit onder meer de dissertatie van Veldman (2017) naar arbeidstevredenheid van oudere leraren blijkt dat dit maar een klein deel van de waarheid is. Het directe contact met leerlingen is voor de ene leraar wel een bron van tevredenheid met het beroep, maar voor de andere leraar een reden om het aantal uren lesgeven te verminderen, een andere functie in school te ambiëren of het onderwijsberoep zelfs te verlaten.

 

Vier typen
Op basis van gegevens over hun relatie met leerlingen en arbeidstevredenheid in het algemeen onderscheidt Veldman vier typen oudere leraren (met tussen haakjes het aandeel in de gehele steekproef):
1. Positieve overschatters (43%)
2. Positieve onderschatters (36%)
3. Negatieve onderschatters (9%)
4. Negatieve realisten (12%)

 

Positieve overschatters
Positieve overschatters hebben geen reëel beeld van de kwaliteit van de relatie met hun leerlingen. Zij overschatten deze, en dan met name het creëren van een veilig en positief leerklimaat voor leerlingen. Wel zijn zij mede daardoor tevreden met hun werk, met name over de aard van het werk en de ondersteuning door het management. Zij prenten zichzelf in een goede relatie met leerlingen te hebben.

 

Positieve onderschatters

Ook positieve onderschatters hebben geen reëel beeld van de kwaliteit van de relatie met hun leerlingen. Zij onderschatten de kwaliteit van hun relatie met leerlingen, maar leerlingen waarderen de relatie wel positiever dan bij de Positieve overschatters. Dat geldt met name voor het creëren van een veilig en positief leerklimaat voor leerlingen. Mede daardoor zijn de positieve onderschatters tevreden met hun werk, met name over de aard van hun werk en de relatie met collega’s in school. Zij wapenen zich tegen mogelijk negatieve beelden van hun leerlingen.

 

Negatieve onderschatters
En ook de negatieve onderschatters hebben geen reëel beeld van de kwaliteit van de relatie met hun leerlingen. Zij onderschatten hun relatie met leerlingen, die hen vergelijkbaar waarderen als de Positieve overschatters. Verder zijn zij ontevreden over hun werk en dan met name over de aard van het werk en de werkomstandigheden. Zij leggen de schuld van hun ontevredenheid vooral bij externe factoren in school en bij de overheid.

 

Negatieve realisten
De negatieve realisten, ten slotte, vormen de enige groep leraren met een reëel beeld van de kwaliteit van de relatie met hun leerlingen. Zowel de leraren als hun leerlingen waarderen de relatie laag, terwijl de leraren ook weinig ambities hebben op het vlak van de relatie met leerlingen. Verder zijn deze leraren ontevreden over hun werk en dan met name over de aard van hun werk. Over andere zaken, zoals relatie met collega’s, werkomstandigheden en ondersteuning door het management, zijn zij tevreden. Zij hechten meer waarde aan andere aspecten van het beroep van docent dan het direct onderwijzen van leerlingen.

 

Dus…
Ongeveer 10% van de oudere leraren uit de typologie lijkt op het stereotype beeld dat wordt geschetst. Maar voor de overige 90% van de oudere leraren lijken er voldoende mogelijkheden om hen voor het beroep van leraar te behouden. Oudere leraren kunnen worden begeleid in het helder krijgen wat hen nog drijft als leraar (negatief realisten), in het formuleren van meer realistische ambities waardoor zij meer werkvreugde halen uit hun relatie met leerlingen (negatieve onderschatters) of beter gebruik maken van de kwaliteit van de relatie (positieve overschatters), en in het verkrijgen van meer zelfvertrouwen in de relatie met hun leerlingen (positieve onderschatters).

Meer ondersteuning en facilitering van oudere leraren kunnen oudere leraren helpen om de interactie met hun leerlingen te herwaarderen, een weloverwogen keuze te maken om vanuit een positieve motivatie iets anders te gaan doen dan lesgeven en (opnieuw) te motiveren voor het beroep van docent. In beleidsmaatregelen rond het reduceren van het lerarentekort zou hiervoor veel meer aandacht moeten komen.

 

Literatuur
Admiraal, W., Veldman, I., Mainhard, T., & Tartwijk, J van. (2019). A typology of veteran teachers’ job satisfaction: Their relationships with their students and the nature of their work. Social Psychology of Education, 22(2), 337-355.

Veldman, I. (2017). Stay or leave? Veteran teachers’ relationship with students and job satisfaction. Academisch proefschrift Universiteit Leiden.

Denk na over onderzoek in de universitaire lerarenopleiding!  0

De universitaire lerarenopleidingen (ulo’s) liggen onder vuur. Dat is niet voor het eerst. De oorzaak voor dit terugkerende verschijnsel is dat het opleiden van docenten – net zoals onderwijs in het algemeen- simpel lijkt, maar het niet is. De meest recente discussie over kwaliteit van de ulo’s lijkt zich toe te spitsen op het onderzoek in de opleiding. Nu de postgraduate opleiding niet doorgaat – waarin geen onderzoek als eindwerk was opgenomen- staat het onderzoek in de masteropleiding weer onder druk. Het zou geen masterniveau hebben of kunnen hebben, is het verhaal. Nu is er zoals geschreven altijd discussie, maar het wordt menens wanneer beleidsmakers zich ermee bemoeien, en helemaal wanneer de politiek dat doet.

Waarom leren doen van onderzoek?

Deze gedachten worden gevoed door opvattingen wat onderzoek in een universitaire opleiding zou moeten zijn. Hierbij wordt het onderzoek vergeleken met de masterthese in een vakmaster, Onderwijsstudies of Pedagogiek. Maar deze masters zijn gericht op studenten die zich ontwikkelen tot wetenschappelijk onderzoeker in een bepaald domein. De ulo is een academische beroepsopleiding die studenten opleidt tot docenten die in staat zijn hun onderwijs te onderzoeken en op basis daarvan te verbeteren. Ofwel het primaire doel van het onderzoek in de ulo is niet het genereren van kennis, maar het verbeteren van de onderwijspraktijk.

Drie soorten kennis nodig

Wellicht kan het onderscheid van Cochran-Smith en Lytle (1999) in drie soorten kennis hierbij van dienst zijn. Het verwerven van deze drie soorten kennis speelt een cruciale rol in het leren van het beroep van docent:
Knowledge for practice – alle kennis en inzichten over schoolvakinhoud, leren en instructie, pedagogiek, etc. die is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en theorievorming.
Knowledge in practice – alle kennis en inzichten over dezelfde onderwerpen, maar nu gebaseerd op praktijkervaringen en (kritische) reflecties op die praktijk.
Knowledge of practice – alle kennis en inzichten die zijn opgedaan door onderzoek naar de eigen onderwijspraktijk en die van collega’s, met als doel meer te weten te komen van een bepaalde praktijk, waarbij kennis uit wetenschappelijk onderzoek wordt toegepast en als spin-off ook wordt vermeerderd.

Knowledge for practice leren studenten in de cursusonderdelen die worden verzorgd in het opleidingsinstituut, knowledge in practice tijdens de begeleide praktijkervaringen in school en knowledge of practice in het onderzoek dat de studenten tijdens de opleiding doen. Hiermee vormt het onderzoek in de lerarenopleiding ook een natuurlijke brug tussen de inzichten die worden opgedaan op het opleidingsinstituut en de ervaringen in de schoolpraktijk als docent.

Hoe ziet dat onderzoek eruit?

Dat betekent dat het onderzoek van studenten in de lerarenopleiding is ingekaderd door inzichten die zijn verkregen door wetenschappelijk onderzoek en eerdere theorievorming, maar ingegeven door vragen die zij zelf hebben over hun onderwijspraktijk. Tevens moet het onderzoek zodanig zijn opgezet dat het informatie oplevert die studenten helpt bij hun onderwijspraktijk. Effectstudies met (quasi-)experimentele onderzoeksdesigns of grootschalig surveyonderzoek mogen in veel wetenschappelijk onderwijsonderzoek usance zijn, voor een docent-in-opleiding levert dergelijk onderzoek dikwijls weinig aanwijzingen op om de onderwijspraktijk te verbeteren. Probleemanalyse, actie-onderzoek of ontwerponderzoek leveren vaak wel de benodigde informatie op en doen niets af aan het masterniveau van het onderzoek. Integendeel, het lijkt simpel, maar dat is het niet.

Dus

Stop met onzinnige vergelijkingen en ga aan de slag met de specifieke eisen die het opleiden van docenten stelt.

Ruimte voor excellentie?  0

Iedere professional heeft ruimte nodig om goed te kunnen functioneren, of niet?

Van sommige professionals wordt zelfs verwacht dat zij deze ruimte zelf creëren en benutten. De beginnende docenten in het Eerst-de-Klas traject  en het OnderwijsTraineeship  zijn hiervan een voorbeeld. De overheid heeft deze speciale leerwerktrajecten van de lerarenopleiding opgezet om excellente academici te enthousiasmeren voor het onderwijs. In het voortgezet onderwijs zouden deze academici een optimale ruimte dienen te creëren en benutten om hun baan uitdagend te houden voor zichzelf en een innovatieve wind te laten waaien in de school. Mooie woorden worden gebruikt in de omschrijving van deze programma’s. Zo is er bij het Eerst De Klas traineeship een leiderschapsprogramma ‘dat is vormgegeven door de meest toonaangevende organisaties in Nederland.’ Het OnderwijsTraineeship biedt naast de lerarenopleiding ‘masterclasses die je internsief laten kennis maken met de volledige breedte van het onderwijsveld’.

Toch lijkt er een belangrijk mechanisme over het hoofd te worden gezien. De docenten in beide trajecten starten namelijk als beginners in schoolorganisaties en hebben tijd nodig om de organisatie te leren kennen en de eigen positie binnen de ‘gevestigde orde’ te zien. Een begrip als enculturatie past goed bij deze fase. De balans tussen ruimte creëren, benutten en krijgen is daarmee een belangrijk onderdeel van deze initiatieven. Wij (Jacobiene Meirink & Anna van der Want) zijn heel benieuwd naar hoe de huidige docenten in het EDK en Onderwijstraineeship de balans tussen creëren, benutten en krijgen van ruimte ervaren! In een door ProBO gesubsidieerd project onderzoeken we deze thematiek.

Voor meer informatie zie www.professioneleruimte.info

 

How to improve the speaking skills of individual pupils in secondary schools in classes of 30 pupils?  2

presentatie

Context
In September 2014 I started as a Ph.D-candidate at Leiden University (ICLON) in the context of the Dudoc-alfa program, supervised by Prof. Dr. Jan van Driel en Dr. Ir. Fred Janssen. The main purpose of the Dudoc-Alfa program is the improvement and innovation of foreign language acquisition in secondary schools.

Focus research: speaking skills
My research focuses on feedback on speaking skills in foreign languages. Many language teachers in secondary schools have difficulty paying attention to the performance of each pupil and adjusting their feedback on each individual. What type of feedback is effective, when and how to give?

Feedback: What, when, how?
If these are questions you are also interested in, as a teacher or as a researcher, please contact me to share your ideas, opinions, advices and wishes: devrind@iclon.leidenuniv.nl

Academic research by teachers – a huge research capital!  9

Like practitioners as clergy, lawyers or clinical psychologists, teachers are tightly linked to a practice which is mostly examined by outside researchers. Teachers have years of experience with working with different instructional methods, tools and formats. They are all experts in their school subject knowing which learning strategies their students apply and which misconceptions they have. And teachers have an accurate idea of the context in which they teach. With other words, teachers have developed practical wisdom about their practice, which is invaluable for research on this practice. And –last but not least- they have easy access to information about teaching and learning which is mostly unreachable for external researchers. Yet, academic research about teaching and learning is mostly done by the outside educational researchers, who do not possess these advantages. There might be two reasons why this is common practice. Firstly, educational research requires particular competencies that researchers have acquired and are absent in teachers. Secondly, outside researchers examine an extensive set of practices, which allows them to generate conclusions about these teaching practices. But aren’t these actually myths? And shouldn’t we think better of how academic research can take advantage of teachers’ experience with and access to their practice? And wouldn’t that be via research by teachers themselves?

Read more

Pupil participation is not a favour to students, it is their right  7

Training teachers in such a way that they are able and willing to organize their teaching accordingly is therefore not a choice but an obligation.

 

Attention for pupil participation in education is slowly growing, but does need a boost, especially in teacher education. Not only because it is an obligation to young people, but also because education itself will profit. Read more



Translate »